De tegemoetkoming ingevolge het bepaalde in de artikelen 18:1:7:1 en 18:1:9:1 wordt voor de eerste keer voor niet langer dan zes maanden verleend. Het bevoegd bestuursorgaan kan deze termijn op verzoek van de betrokkene telkens voor niet langer dan zes maanden verlengen. Indien het een betrokkene betreft zoals genoemd in artikel 18:1:6:1, lid 4, dan wordt de tegemoetkoming zo mogelijk verleend voor de duur van het dienstverband.