Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van de CAR;
standplaats: de gemeente of het met name genoemde deel daarvan waar de belanghebbende gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;
gezinsleden: de echtgenoot van de betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot, voor zover zij met hem samenwonen;
eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het bevoegd bestuursorgaan;
berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging - in de zin van artikel 3:1, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is - die betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantieuitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met:
genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk 10 of 11 of een genoten werloosheidsuitkering krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a;
genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig hoofdstuk 9, of het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering;
genoten herplaatsingstoelage krachtens hoofdstuk 12 van het pensioenreglement;
berekeningstijdstip:
datum waarop de betrokkene verhuist;
indien de betrokkene verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling;
bij het overlijden of ontslag van de betrokkene, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten;
verplaatsen en verplaatsing: verhuizen of verhuizing in opdracht van het bestuursorgaan in het belang van de dienst;
dienstwoning: de door het bevoegd bestuursorgaan aan de betrokkene in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning;
woongebied: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen gebied aansluitend aan het grondgebied van de gemeente.
Voor de toepassing van het 1e lid, onderdeel f, wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage voor het verrichten van onregelmatige dienst, van een toelage ter compensatie van het verlies van de toelage voornoemd, of van een toelage voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelage heeft genoten.