Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wijzen burgemeester en wethouders uit hun midden een vertegenwoordiger en diens plaatsvervanger aan.
Voor de vertegenwoordiging van de organisaties worden per centrale, bedoeld in artikel 12:1, lid 3, twee leden en hun plaatsvervangers aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties, welke tenminste 6 ambtenaren tot haar leden tellen. Indien verschillende organisaties deel uitmaken van een zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze organisaties gezamenlijk.