Medewerker: de ambtenaar in de zin van de Arbeidsvoorwaardenregeling.
Leidinggevende: het hoofd van de afdeling c.q. het hoofd van het team onder wiens dagelijkse verantwoordelijkheid de medewerker zijn werkzaamheden verricht.
Functie: het samenstel van werkzaamheden door de medewerker te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem is opgedragen door de werkgever.
Beoordelingsgesprek: een periodiek gesprek tussen de medewerker en de leidinggevende over de wijze waarop deze zijn/haar functie gedurende het beoordelingstijdvak heeft uitgeoefend.
Beoordelingstijdvak: een beoordelingstijdvak heeft minimaal betrekking op een voorliggende periode van zes maanden.
Informant: de functionaris, niet zijnde de beoordelaar, die vanuit de werkrelatie met betrokkene relevante feiten naar voren kan brengen die van belang kunnen zijn voor de oordeelsvorming.