De ambtenaar die per openbaar vervoer reist heeft aanspraak op vergoeding van de kosten van openbaar vervoer, laagste klasse, onder overlegging van de originele betaalbewijzen, tot de hoogte die belastingvrij mag worden vergoed. De kosten kunnen maandelijks worden gedeclareerd op basis van de goedkoopste wijze van reizen (maandabonnement of indien geen gehele maand wordt gereisd op basis van weekkaarten, vijfretourenkaarten, etc.).
De ambtenaar die met eigen vervoer reist heeft aanspraak op een vergoeding, die als volgt wordt berekend (bij het vijfmaal per week reizen);
De reisafstand woonhuis-werkadres
Bedrag per maand
0 t/m 10 km.
€ 5,--
11 t/m 14 km.
€ 20,--
15 t/m 19 km.
€ 45,--
20 t/m 24 km.
€ 65,--
25 t/m 29 km.
€ 90,--
30 km. en meer
€ 100,--
Indien vier dagen of minder per week wordt gereisd geldt een vergoeding naar rato van het aantal reisdagen per week.
Indien wegens ziekte of verlof anders dan het reguliere vakantieverlof langer dan vier weken achtereen niet wordt gereisd, wordt de vergoeding gestopt vanaf de 29e dag van het verzuim (dat is inclusief de weekenden), tenzij reeds kosten zijn gemaakt zoals bijvoorbeeld bij de aanschaf van een maandabonnement openbaar vervoer.
Hoofdstuk
Artikel 3
Hoogte tegemoetkoming
Onderdeel van Regeling tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer