In deze regeling wordt verstaan onder:
medewerker: degene die door of vanwege de gemeente is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan;
telewerker: degene die toestemming van zijn/haar leidinggevende heeft gekregen om thuis werk te verrichten, gebruik makend van informatie-en communicatietechnologie;
leidinggevende: degene die in hiërarchische zin leiding geeft aan de medewerker;
arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht;
arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die voor de medewerker voor een bepaalde dag is vastgesteld;
formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur volgens de aanstelling;
feitelijke arbeidsduur per week: de feitelijke arbeidsduur zoals die voor een medewerker voor een bepaalde week is vastgesteld;
arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen;
volledige betrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar hoogstens 1872 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week 36;
deeltijdbetrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar minder dan 1872 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week minder dan 36;
overwerk : werkzaamheden door de medewerker in dienstopdracht verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per week;
werkdag: een dag waarop de medewerker arbeid moet verrichten;
werkbare dag: een dag waarop een medewerker kan worden ingeroosterd om arbeid te verrichten;
werktijd: de tussen medewerker en leidinggevende overeengekomen periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht.;
openingstijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen waarbinnen het gemeentehuis voor publiek geopend is;
bedrijfstijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen waarbinnen de medewerker arbeid moet verrichten.