Artikel 6 geeft aan dat over een jaar genomen de gemiddelde arbeidstijd 36 uren per week bedraagt. Ook wordt het principe van compenseren van te veel gewerkte of te weinig gewerkte tijd geregeld. Deze uren worden in WBU spaaruren genoemd. Aan het einde van het jaar wordt een negatief saldo verrekend met verlof. Over een positief saldo aan spaaruren maken medewerker en leidinggevende afspraken die er toe leiden dat deze zo snel mogelijk wordt gecompenseerd. Als richtlijn geldt hier: compensatie in de eerste maand(en) van het volgende kalenderjaar.