Een omgevingsvergunning die verleend is door het bevoegd gezag, kan door datzelfde gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de omgevingsvergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave met betrekking tot de bepalingen van deze verordening is verleend;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van de archeologische waarden zwaarder dient te wegen.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Intrekken van een omgevingsvergunning
Onderdeel van Archeologieverordening 2010