Naar hoofdinhoud

Artikel I.

De Re-integratieverordening WWB

Onderdeel van Tijdelijke regels aanscherping Wet werk en bijstand

Onderdelen A en B De onderdelen A en B zijn reeds toegelicht in het algemene deel. Onderdeel C In 2009 heeft de gemeenteraad de verordening Werkleeraanbod WIJ vastgesteld. Daarmee is voldaan aan de wettelijke opdracht om, middels een verordening, regels te stellen over de inhoud van het werkleeraanbod. Door het intrekken van de WIJ zal daarmee van rechtswege tevens de verordening Werkleeraanbod WIJ komen te vervallen. De verordening Werkleeraanbod WIJ heeft een andere inhoud dan de Re-integratieverordening WWB. Enerzijds is dit veroorzaakt door het afdwingbare recht op ondersteuning middels een werkleeraanbod, anderzijds door de beperking van het aantal „incentives‟ dat gemeenten konden verstrekken aan jongeren die gingen werken. Daarnaast is in veel verordeningen Werkleeraanbod WIJ het beleid m.b.t. de arbeidsinschakeling van jongeren opgenomen, of verwezen naar een beleidsnota van de raad of het college waarin dit was opgenomen. Bij een beleidsarme overgang moet minimaal worden geregeld dat voor jongeren niet tot het re-integratie-instrumentarium behoren bij de volgende „incentives‟: inkomstenvrijlating, premies, vrijlating van onkostenvergoedingen voor vrijwilligerswerk en plaatsing in participatieplaatsen2. Dat is met artikel II van dit Raadsbesluit beoogd. Verwezen is naar artikel 31, vijfde lid WWB. In dat artikel wordt aangegeven welke middelen niet vrijgelaten worden bij de verlening van algemene bijstand aan jongeren. Is er overigens thans niets geregeld in de Re-integratieverordening WWB dan is het niet nodig deze bepaling in het Raadsbesluit op te nemen. Los van de „incentives‟, zal het met betrekking tot het specifiek voor jongeren opgestelde gemeentelijk arbeidstoeleidingsbeleid meestal niet nodig zijn daarover iets in de Re-integratieverordening WWB op te nemen. Weliswaar komen de specifieke bepalingen in de verordening Werkleeraanbod WIJ die betrekking hebben op het gemeentelijk arbeidstoeleidingsbeleid voor jongeren te vervallen en komt de wettelijke grondslag van evt. -beleidsnota‟s3 met betrekking tot het arbeidsmarktbeleid voor jongeren evenzeer te vervallen, die bepalingen en dat beleid zijn in beginsel begunstigend van aard en daardoor als interne gedragslijn ook vanaf 1 januari 2012 hanteerbaar. Mocht echter de –juridisch terechte- wens bestaan om een wettelijke grondslag voor dit beleid te creëren, dan dienen de betreffende bepalingen of beleidsnota‟s als grondslag de WWB te krijgen. Daartoe hoeft de Re-integratieverordening echter niet te worden aangepast. Voldoende is, dat het betreffende beleid als beleid op grondslag van de WWB wordt „omgenummerd‟ en bepalingen uit de Verordening Werkleeraanbod WIJ in dit beleid worden opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel