Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 19

Berekening van het eigen pensioen over tijd tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995.

Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente deventer 1993

1.. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op pensioenberekeningen over jaren gelegen tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995. 2.. Het pensioen wordt berekend over de pensioengrondslag. De pensioen grondslag wordt gevormd door de laatstelijk als wethouder genoten wedde, inclusief vakantieuitkering en eindejaarsuitkering, te verminde ren met een bedrag als omschreven in het vijfde lid (de franchise). 3.. Ten aanzien van een wethouder die voor zijn bezoldiging geacht wordt niet de volledige werkweek aan het ambt te besteden, wordt onder wedde verstaan het tot een jaarbedrag herleide bedrag waarvan die wedde is afgeleid. 4.. De franchise, bedoeld in het tweede lid, bedraagt: voor de gepensioneerde wethouder die voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet als gehuwd wordt aangemerkt twintig zevende maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag waarop ingevolge die wet recht bestaat of zou hebben bestaan indien hij op grond van de wet verzekerd zou zijn geweest; voor de gepensioneerde wethouder die voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet als ongehuwd wordt aangemerkt tien zevende maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag waarop ingevolge die wet recht bestaat of zou hebben bestaan indien hij op grond van die wet verzekerd zou zijn geweest. 5.. In de in het vierde lid bedoelde bedragen is mede begrepen de bruto vakantie-uitkering waarop ingevolge de Algemene Ouderdomswet recht bestaat. 6.. Wanneer de in het vierde lid bedoelde bedragen worden gewijzigd, wordt de pensioengrondslag herberekend. Het herberekende pensioen gaat, onverminderd artikel 22, tweede lid, in op dezelfde dag als waarop bedoelde wijzigingen zich hebben voorgedaan. 7.. Behoudens het bepaalde in het negende lid bedraagt het pensioen voor ieder van de eerste vier voor pensioen tellende jaren als wethouder 3,5 percent van de pensioengrondslag, en voor ieder overig jaar als wet houder 1,75 percent van de pensioengrondslag, in totaal tot een maxi mum van 70 percent van de pensioengrondslag, aangepast volgens de regels, bedoeld in artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. 8.. Indien recht bestaat op meer dan een pensioen, bedoeld in het achtste lid, dan wel daarnaast recht bestaat op een of meer pensioenen krach tens de tweede en derde afdeling van de Algemene pensioenwet poli tieke ambtsdragers, komen voor de toepassing van de pensioenbere kening naar 3,5 percent per dienstjaar in totaal ten hoogste vier dienst jaren in aanmerking en wordt die berekening voor zover mogelijk toege past ten aanzien van het pensioen, waarbij die berekening het hoogste bedrag oplevert en overigens ten aanzien van het andere pensioen of de andere pensioenen in de volgorde van de hoogte der wedden, bereke ningsgrondslag of pensioengrondslagen. Voor vergelijking van deze wedden, berekeningsgrondslag of pensioengrondslagen worden deze zo nodig aangepast volgens de regels, bedoeld in artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. 9.. Het vierde en vijfde lid van artikel 18 zijn van overeenkomstige toepas sing. 10.. Indien een pensioen wordt berekend zowel met toepassing van artikel 18 als met toepassing van dit artikel, wordt in afwijking van het zevende, achtste, of negende lid het percentage van 70 verminderd met het per centage van het pensioen dat eerst is berekend met toepassing van artikel 18.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel