Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Tijdstip van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten 2009

De rechten, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 9, 1e en 2e lid, en 10 moeten worden voldaan op de volgende tijdstippen: die vermeld in de artikelen 6 en 7, tegelijk met het in behandeling nemen van de mededeling als bedoeld in artikel 33, 1e lid, van de Verordening op de algemene begraafplaats in Wageningen, met dien verstande, dat indien het bepaalde in het 4e lid van artikel 6 van toepassing is, het meer verschuldigde moet zijn betaald binnen vier weken na de dagtekening van de brief die het college van burgemeester en wethouders terzake aan belastingplichtige doet toekomen; die vermeld in artikel 8, tegelijk met het uitreiken van de terzake verleende vergunning, als bedoeld in artikel 23, 1e lid, van de Verordening op de algemene begraafplaats in Wageningen; die vermeld in artikel 9, 2e lid, vóór de datum van ingang van de afkoopperiode, doch niet eerder dan op het moment, waarop wordt beschikt omtrent de aanvraag tot afkoop; die vermeld in artikel 10, tegelijk met de inbehandelingneming van de aanvraag van grafrecht of tot overschrijving daarvan; die vermeld in artikel 9, 1e lid, - in afwijking van artikel 9, 1e lid, van de Invorderingswet 1990 - ineens dan wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later; de Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de onder d.1 gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel