Deze verordening verstaat onder:
a.
begraven:
het in een graf of grafkelder op de begraafplaats
begraven of herbegraven van een lijk of het bijzetten
van een asbus;
b.
opgraven:
het uit een graf of grafkelder op de begraafplaats
opgraven van een lijk of een asbus, anders dan wegens
ruiming;
c.
asbus:
een bus ter berging van as van een overledene;
d.
grafrecht:
het uitsluitend recht om in een bepaald graf op de
begraafplaats te doen begraven;
e.
grafbedekking:
behalve bloemen, kransen en dergelijke, elk op een graf
op de begraafplaats aangebracht voorwerp en/of elke
daarop aangebrachte beplanting, alsmede elk voorwerp,
dat en/of elke plant of struik, welke bestemd is om op
het graf op de begraafplaats te worden aangebracht;
f.
rechthebbende:
ieder, die een grafrecht heeft;
g.
foetus:
menselijke vrucht met een draagtijd van minder dan 24
weken;
h.
grafgroen:
dennentakken of ander groen, waarmee de rand van het
graf tijdens een teraardebestelling is afgedekt.
Artikel 2
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten 2009