**1.** De opsporing van de bij artikel 11 strafbaar gestelde feiten is,
onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering,
opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders zijn belast
met de zorg voor de naleving van deze verordening, ieder voor zover
het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.
**2.** Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit
vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten
ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen
de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan
hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het
toezicht op de naleving van deze verordening.