**1.** Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van
belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten als beschermd
gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te
plaatsen.
**2.** Voordat burgemeester en wethouders terzake een beschikking geven,
vragen zij advies aan de commissie.
**3.** Burgemeester en wethouders doen mededeling van de adviesaanvraag,
bedoeld in het tweede lid, aan degenen die als eigenaren en
anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om
aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.
**4.** Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in het derde
lid, heeft plaatsgevonden tot het moment dat plaatsing op de
gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in het zevende lid,
plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geplaatst
op de gemeentelijke monumentenlijst, zijn de artikelen 5 tot en met
8 en de artikelen 10 en 11 van overeenkomstige toepassing.
**5.** Burgemeester en wethouders geven een beschikking over de aanwijzing
van onroerende monumenten als gemeentelijke monumenten en plaatsing
op de gemeentelijke monumentenlijst, nadat de commissie en de
eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan
afwijken.
**6.** Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot kerkelijke
monumenten geen beschikking tot aanwijzing als gemeentelijke
monumenten dan na overleg met de eigenaar.
**7.** Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken nadat de
commissie een advies heeft uitgebracht, een beschikking als bedoeld
in het vijfde lid. De beschikking wordt bekend gemaakt aan degenen
die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de
kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire
schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de
verzoeker.
**8.** Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de gemeentelijke
monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze
bekend.
**9.** De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding
aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving
van het monument.
**10.** Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van
belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen
aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en
wethouders van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging
betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is
teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van het vijfde en
zesde lid achterwege.
**11.** Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in de
Monumentenwet 1988 of die zijn geplaatst op een lijst van
monumenten, op grond van een monumentenverordening van de provincie
Noord-Holland, worden door burgemeester en wethouders niet op de
gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.
**12.** Monumenten die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst
worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel
6 van de Monumentenwet 1988, of die worden geplaatst op een lijst
van monumenten op grond van een monumentenverordening van de
provincie Noord-Holland, worden geacht niet meer op de gemeentelijke
monumentenlijst te zijn geplaatst.