Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 5

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Reglement op de raadscommissies

1.. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 3 lid 5 van dit reglement genoemde eisen. 3.. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4.. De raad kan de voorzitter of diens plaatsvervangers ontslaan. 5.. Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen hiervan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in een maand na de schriftelijke mededeling of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.. Indien door ontslag of overlijden een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 3 en 4 van dit reglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel