1. Indien belanghebbende een van de overige aan de bijstandverlening verbonden verplichtingen schendt, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
2. De duur van de maatregel wordt met een maand verlengd, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van een zelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging.
3. Met een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
4. In afwijking van het eerste lid wordt de bijstand geweigerd, indien de belanghebbende geen medewerking verleent aan het stellen van zekerheid als bedoeld in artikel 48, derde lid, van de wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
schending van andere dan de in hoofdstuk 2 en 3 bedoelde verplichtingen
Onderdeel van De Maatregelenverordening Gemeente Wageningen