Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Groenstructuurplan: Aanbevelingen voor een efficiënter beheer per beplantingstype

Onderdeel van Randvoorwaardennota groen

Gazons Voor- en nadelen van het gebruik Gazons geven ruimtegevoel en bieden (bij grotere oppervlakten) veel mogelijkheden tot het gebruik van groen. Daarnaast is gazon onderhoudsvriendelijk en daardoor goedkoop in onderhoud. Gazon geeft een rustig beeld en daardoor krijgt opgaande beplanting, zoals bomenrijen, meer accent. Een probleem is deconcentratie van hondenpoep op deze oppervlakten. Waar toepassen? Doordat gazon makkelijk te onderhouden is kan het grootschalig worden toegepast, bij voorkeur in grote vlakken en als groenstroken in drukke straatbeelden. Ook waar brede straatprofielen ruimte bieden voor groen is het toepassen van gazon een goed alternatief, bijvoorbeeld in een plantstrook als onderbeplanting van bomen. Vaste planten Voor- en nadelen van het gebruik Vaste planten hebben een hoge sierwaarde, brengen kleur in het straatbeeld en hebben een vriendelijke uitstraling die door burgers wordt gewaardeerd. Verder vormen ze eenvoudig een sluitend beplantingsoppervlak. Daardoor hoeft geen chemische onkruidbestrijding worden toegepast en blijft het onderhoud relatief gering. Een nadeel is echter dat sommige soorten in de winter een 'rommelig beeld' geven. Daarentegen hebben andere soorten (zoals grassen) juist weer een mooi uiterlijk in de winter. Waar toepassen? Vaste planten zijn naast wegbegeleidende plantvakken ook goed in boomspiegels toe te passen. Dit geeft op een klein oppervlak meer sierwaarde dan gazon. In wijken met weinig openbaar groen kunnen enkele plekken meer kleur krijgen door het gericht toepassen van soorten met een hoge sierwaarde. Door het toepassen van, en experimenteren met, verschillende soorten kan op den duur een optimale samenstelling van het assortiment worden bepaald. Een belangrijke regel is dat een soort niet geforceerd op een bepaalde standplaats moet worden gehouden. Het is raadzaam om te experimenteren welke soorten het op welke plaatsen goed doen en deze vervolgens op grotere schaal toe te passen. Dit vergroot de kans op een sluitende beplanting. Door het (deels) kale winterbeeld wordt geadviseerd op beeldbepalende plekken gemengd wintergroene en niet-wintergroene soorten te kiezen. Heestervakken Voor- en nadelen van het gebruik De toepassing van sierheesters gaat gepaard met relatief hoge onderhoudskosten. Door heestervakken te vervangen door vaste planten of gazon kunnen deze kosten worden beperkt. Een voordeel van wintergroene heesters is dat zij ook in de winter een aantrekkelijk beeld kunnen opleveren en door hun hoogte een meer besloten beeld geven dan gazon of vaste planten. Waar toepassen? Er wordt geadviseerd vakken met sierheester afwisselend met gazon en / of / vaste planten toe te passen. Hierdoor blijft het beeld in de beplanting gevarieerd. Bij grote oppervlakten kan beter gazon worden toegepast in verband met de lagere onderhoudskosten. Opgaande struiken / bosplantsoen Voor- en nadelen van het gebruik Bosplantsoen dat (voornamelijk) uit inheemse soorten struiken en bomen bestaat heeft in vergelijking met de overige soorten bepalingen (zie boven) een meer landschappelijke uitstralingen. De beplanting kan hoog worden en maakt een dan ook vaak een massale indruk. Het geeft een besloten gevoel. Ruimten kunnen door middel van bosplantsoen makkelijk van elkaar worden gescheiden. In compacte wijken neemt te hoge struikbeplanting visueel soms te veel ruimte in en kan het een benauwd, onveilig gevoel veroorzaken (sociale veiligheid). Het onderhoud van bosplantsoen is in vergelijking met sierheester relatief goedkoop doordat minder cyclische werkzaamheden moeten worden verricht. Waar toepassen? Het toepassen van opgaande struiken / bosplantsoen moet goed worden afgestemd met de ruimtelijke situatie en de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Daarom wordt geadviseerd binnen de woongebieden bosplantsoen alleen toe te passen daar waar voldoende ruimte is (in parken, brede plantstroken of randbeplantingen). Langs wijkranden kan een geringe toepassing van bosplantsoen de landelijke sfeer versterken en een goede overgang naar het landelijke gebied vormen. Algemeen Een algemene aanbeveling wat betreft de keuze van een beplantingssoort is dat deze (naast een beheer dat binnen het budget past) goed moet worden afgestemd op de ruimtelijke situatie in een wijk. Dit betreft de hoogte van de beplanting, kleur en sierwaarde, afstemming met de bebouwing, etc. Deze principes zijn verder meegenomen in de vertaling naar de visie op het groen per dorpskern en verder per wijk.

Rechtspraak bij dit artikel