Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 23

Gronden voor weigering van een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zaltbommel 2012

Ad a Tijdens de parlementaire behandeling van de Wmo werd het in stand houden van het systeem van collectief vervoer genoemd als voorbeeld van een overwegend bezwaar. Ook voor de gemeente Zaltbommel geldt dat het systeem van collectief vervoerd wordt ondergraven als een substantieel deel van de deelnemers aan dit collectief vervoer de keuzemogelijkheid zou krijgen tussen een vervoerspas of een persoonsgebonden budget. Ad c Als belanghebbende vanwege een schuldensituatie in een minnelijke of wettelijke schuldsanering is opgenomen, is dit een reden om geen persoonsgebonden budget te verstrekken. Dit is ook het geval als er een schuldensituatie bestaat die kan leiden tot een schuldsanering. Ad d Deze bepaling is opgenomen om belanghebbende te beschermen. Voorop staat dat de voorziening die wordt verstrekt volledig ten goede komt aan belanghebbende: zijn beperkingen moeten daadwerkelijk worden gecompenseerd. Andere oogmerken, die het belang van belanghebbende niet dienen, moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarom is het uitgangspunt bij het verstrekken van een persoonsgebonden budget dat belanghebbende dit zelfstandig en volledig kan dragen. Is dit niet het geval, dan is dat een reden om de wettelijke keuzevrijheid in te perken. Een uitzondering hierop wordt gemaakt als belanghebbende een echtgenoot, ouder, voogd, curator, bewindvoerder of mentor heeft, die het beheer van het budget van belanghebbende overneemt of ondersteuning biedt, waardoor een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget mogelijk is. Als tijdens het onderzoek duidelijk wordt dat belanghebbende problemen zal krijgen met het omgaan met het persoonsgebonden budget, wordt dit als een contra-indicatie opgevat. Hierbij kan ondermeer gedacht worden aan personen die niet kunnen lezen en schrijven. Andere voorbeelden zijn personen met een psychiatrische problematiek, zoals verslaving, manische depressie of dementie, waardoor zij niet goed in staat zijn de gevolgen van hun acties goed te overzien danwel er gerede twijfel ontstaat of het persoonsgebonden budget wordt besteed aan het bereiken van de overeengekomen resultaten

Rechtspraak bij dit artikel