Naar hoofdinhoud
De eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvrager op 1 januari van het betreffende kalenderjaar 65 jaar of ouder is. In geval van een gezin dient minimaal één van de gezinsleden (gehuwden) op 1 januari van het betreffende kalenderjaar 65 jaar of ouder te zijn. De eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvrager, op 1 januari van het betreffende kalenderjaar 18 jaar en ouder, doch jonger dan 65 jaar is en behoort tot een van de onderstaande categorieën: de aanvrager heeft een uitstaande voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor vervoer of een rolstoel; de aanvrager heeft voorafgaande aan de aanvraag gedurende een jaar of langer een geldige indicatie voor hulp bij het huishouden (HH) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de voorheen geldende Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). de aanvrager heeft een geldige gehandicaptenparkeerkaart (GPK). Voorwaarden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel