Naar hoofdinhoud
De eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor: een alleenstaande € 150,00 (netto), een alleenstaande ouder en een gezin € 200,00 (netto), voor gehuwden waarvan één van de echtgenoten geen zelfstandig woonverblijf heeft € 150,00 (netto). De eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 150,00 (netto). Geen eenmalige uitkering

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel