De eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor:
een alleenstaande € 150,00 (netto),
een alleenstaande ouder en een gezin € 200,00 (netto),
voor gehuwden waarvan één van de echtgenoten geen zelfstandig woonverblijf heeft € 150,00 (netto).
De eenmalige uitkering zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 150,00 (netto).
Geen eenmalige uitkering
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Beleidsregels eenmalige uitkering ouderen, chronisch zieken en gehandicapten (4.8a)