Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Monumentenverordening Eemnes 2012

1. Burgemeester en Wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten als beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. 2. Voordat burgemeester en wethouders terzake een besluit nemen, vragen zij advies aan de commissie. 3. Burgemeester en wethouders doen mededeling van de adviesaanvraag, bedoeld in het tweede lid, aan degenen die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. 4. Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in het derde lid, heeft plaatsgevonden, tot het moment dat plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in het vijfde lid, plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst, zijn de artikelen 5 tot en met 8 en 10 en 11 van overeenkomstige toepassing. 5. Burgemeester en wethouders besluiten over plaatsing van onroerende monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst nadat de commissie en de eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan afwijken. 6. Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot een kerkelijk monument geen besluit tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst dan na overleg met de eigenaar. Burgemeester en wethouders nemen binnen 8 weken nadat de commissie is gehoord, een beslissing als bedoeld in het eerste lid. Zo spoedig mogelijk wordt de beslissing bekend gemaakt aan degenen die als eigenaar en anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. 7. Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend. 8. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument waarbij zo nodig de onderdelen worden genoemd waarop de bescherming met name is gericht. 9. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op aanvraag van belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, vijfde en zesde lid en artikel 5, eerste lid, achterwege. 10. Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. 11. Monumenten die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden ambtshalve door burgemeester en wethouders van de gemeentelijke monumentenlijst afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel