In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
openbare plaats:
een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder
begrepen de weg als bedoeld onder b;
b.
weg:
weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
van de Wegenverkeerswet 1994;
c.
openbaar water:
wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
wijze toegankelijk zijn;
d.
bebouwde kom:
de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig
artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun
besluit van 23 september 1988,
WV88.22596-WVG2601;
e.
rechthebbende:
degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
een zakelijk of persoonlijk recht;
f.
bouwwerk:
bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
Bouwverordening Wageningen 1993;
g.
gebouw:
gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
c, van de Woningwet;
h.
handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen of
diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
commercieel belang te dienen.