Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009

1.. Het is verboden zonder vergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg op wegen die door het college worden aangewezen. 2.. Voor de overige wegen is het verboden zonder voorafgaande melding aan het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 3.. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder verstaat. 4.. Bij de vergunningaanvraag/melding wordt een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie overgelegd. 5.. Het college laat binnen vier weken na ontvangst van de melding weten of het college aan de gewenste uitweg voorschriften stelt of dat de gewenste uitweg in het geheel niet kan worden gerealiseerd. Voor de vergunningaanvraag geldt een langere afhandelingstermijn. 6.. Het college stelt voorschriften aan de gewenste uitweg indien door het realiseren ervan: gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse; het gebruik van een bestaande openbaar verkeer toegankelijke parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt; de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te worden geschaad. 7.. Het college stelt de indiener van de melding binnen zes weken na ontvangst van de melding op de hoogte van de voorschriften als bedoeld in het zesde lid. 8.. Het verbod in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.

Rechtspraak bij dit artikel