**1..** De navolgende uitdrukkingen worden als volgt nader gedefinieerd:
een uitweg maken naar de weg: het treffen van voorzieningen op eigen terrein, waarmee het mogelijk wordt om vanaf dat terrein op een weg uit te wegen
van de weg gebruik maken voor het hebben van een uitweg: het treffen van voorzieningen aan een weg, waarmee het mogelijk wordt om vanaf particulier terrein op die weg uit te wegen
uitwegen: het hebben van zodanige voorzieningen op en nabij de grens tussen een particulier perceel en de weg dat het mogelijk is van en naar die weg te gaan als fietser, bromfietsers, bestuurders van een motorvoertuig, ruiter, geleider van rij- of trekdieren of vee dan wel als bestuurder van een bespannen of onbespannen wagen;
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
voortuin: het erf gelegen voor de voorgevel
woning: een zelfstandige wooneenheid
woonperceel: een perceel waarop uitsluitend wordt gewoond of waarin uitsluitend wordt gewoond en tevens een "vrij beroep", zoals het beroep van arts, advocaat of architect wordt uitgeoefend
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2.1.5.3 van de Algemene plaatselijk verordening
Industrieterrein: een gebied dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het vestigen van bedrijven dan wel het terrein van één bedrijf en de daaraan aansluitende weg, als regelmatig vrachtverkeer van en naar dat terrein plaatsvindt.