Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Citeertitel

Onderdeel van Verordening monumentencommissie 2010 gemeente Nieuwkoop

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening monumentencommissie 2010 gemeente Nieuwkoop”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nieuwkoop van 23 september 2010, griffier voorzitter E.R. van Holthe F. Buijserd Toelichting op de Verordening monumentencommissie 2010 gemeente Nieuwkoop Op grond van artikel 15 van de Monumentenwet 1988 stelt de gemeenteraad een verordening vast waarin tenminste de inschakeling wordt geregeld van een commissie op het gebied van de monumentenzorg die het college van burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen om vergunning voor het afbreken, verstoren, verplaatsen of wijzigen van rijksmonumenten. In Nieuwkoop is de taak van de commissie breder. Ze adviseert namelijk ook over beschermde gemeentelijke monumenten, beschermde gemeentelijk dorpsgezichten, monumentensubsidies en het gemeentelijk beleid inzake cultuurhistorisch erfgoed in brede zin. De Verordening monumentencommissie 2010 gemeente Nieuwkoop vervangt de in 2009 vastgestelde Verordening monumentencommissie, die nog naar de oude Erfgoedverordening en de oude Subsidieverordening monumentenzorg verwijst. Vanwege de vaststelling van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Nieuwkoop en de Subsidieverordening monumentenzorg 2010 gemeente Nieuwkoop wordt nu ook een nieuwe Verordening monumentencommissie vastgesteld. De verordening regelt onder andere de taak, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de monumentencommissie. Ten opzichte van de Verordening monumentencommissie uit 2009 is er niet veel gewijzigd. In bepalingen waar wel significante wijzigingen zijn aangebracht, wordt dit uitdrukkelijk aangegeven in de hieronder te raadplegen artikelsgewijze toelichting. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Taak In deze bepaling zijn de taken en bevoegdheden van de monumentencommissie geregeld. Uit de bepaling blijkt duidelijk dat de monumentencommissie een belangrijke rol vervult met betrekking tot de monumentenzorg in de gemeente. Het college is immers verplicht advies te vragen van de commissie over maatregelen die de monumentenzorg betreffen. Daarnaast kan de commissie ook uit eigen beweging advies uitbrengen over aan de monumentenzorg gerelateerde aangelegenheden. Anderzijds kan het college de commissie vrijwillig om advies vragen. Artikel 2. Samenstelling Deze bepaling regelt de samenstelling van de commissie, alsook de gewenste deskundigheid. Nu er als gevolg van hogere wetgeving steeds meer zaken op het gebied van monumentenzorg op gemeentelijk niveau moeten worden afgehandeld, is het van niet te onderschatten belang dat de gewenste deskundigheid ook daadwerkelijk aanwezig is in de commissie. De commissie wordt ondersteund door een secretaris, die de in belangrijke mate verantwoordelijk is voor de contacten met de ambtelijke organisatie en het college. Artikel 3. Benoeming en ontslag Leden van de commissie worden voor hooguit twee (2) perioden van vier (4) jaar aangesteld. Daarna treden zij af. Daarnaast kunnen zij zelf terugtreden uit de commissie en heeft het college de mogelijkheid om leden te ontslaan als zij niet goed functioneren. Artikel 4. Financiën De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden presentiegelden en een reiskostenvergoeding. De presentiegelden worden jaarlijks door het college vastgesteld op grond van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de jaarlijkse Circulaire vergoeding commissieleden, die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt uitgebracht. Omdat commissieleden buiten vergaderingen om ook regelmatig werk verrichten ten dienste van de commissie, bijvoorbeeld in de vorm van het ter plaatse opnemen van beschermde monumenten, biedt de verordening de nieuwe mogelijkheid dat zij daarvoor een vergoeding ontvangen. Deze wordt door het college, binnen de door de raad bepaalde budgettaire kaders, jaarlijks vastgesteld. De vergoeding per uur is in ieder geval niet hoger dan de vergoeding die de leden ontvangen per vergaderd uur. De vergoeding per vergaderd uur wordt bepaalde door presentiegeld van één (1) vergadering te delen door het aantal uren dat een gemiddelde vergadering dat jaar heeft geduurd. Artikel 5. Vergaderingen In lijn met de voorgestane transparante werkwijze van de gemeente is ook de vergadering van de monumentencommissie openbaar. Dit betekent dat eenieder als toehoorder de vergadering bij kan worden. Het voorgaande is alleen anders als de meerderheid of de voorzitter van de commissie het nodig acht dat agendapunten of hele vergaderingen in beslotenheid wordt gevoerd. In dat geval mogen alleen het college en de gemeentesecretaris de vergadering bijwonen. Om de commissieleden de mogelijkheid te geven zich goed voor te bereiden op de vergadering dienen de stukken ten minste zeven (7) dagen voor de vergadering te worden verzonden. In afwijking van de vorige verordening is de verantwoordelijkheid voor het beleggen van de vergaderingen bij de secretaris en de voorzitter gezamenlijk gelegd, in plaats van enkel bij de voorzitter. Dit is in de praktijk namelijk ook al gebruikelijk en dat werkt goed. De verantwoordelijkheid voor het tijdig verzenden van de agenda en de stukken is, in plaats van bij de voorzitter, bij de secretaris gelegd. Die beschikt namelijk als eerste over de stukken en heeft ook de faciliteiten om de stukken snel te verveelvoudigen en te verzenden. Artikel 6. Gang van zaken tijdens de vergadering en besluitvorming Om een weloverwogen en breed gedragen advisering te borgen kan de commissie in beginsel alleen adviseren als ten minste de helft van het aantal leden bij de vergadering aanwezig is. Een belangrijke wijziging in de verordening is te vinden in het derde lid van deze bepaling. De oude verordening voorziet namelijk niet in het geval dat de stemmen tweemaal staken. In de nieuwe verordening beslist de voorzitter in een dergelijk geval. Dit om te voorkomen dat het college verstoken blijft van een belangrijk advies. Een andere vernieuwing is dat de commissie de mogelijkheid heeft om per e-mail te vergaderen. Gelet op het beginsel dat de advisering in openbaarheid plaatsvindt is het belangrijk dat van de mogelijkheid om per e-mail te vergaderen alleen in uitzonderingsgevallen gebruik wordt gemaakt. Hierbij kan in het bijzonder worden gedacht aan gevallen waarin de advisering op zeer korte termijn moet plaats vinden en er redelijkerwijs geen mogelijkheid is om de commissie binnen die termijn voor een vergadering bijeen te roepen. Artikel 7. Verslaglegging Door het college regelmatig op de hoogte te houden van de werkzaamheden van de commissie houdt het college een goed zicht op de werkzaamheden van de commissie. De secretaris is verantwoordelijk voor het ter kennisneming aanbieden van het verslag aan het college, hetgeen vrijwel altijd via de voor monumentenzorg verantwoordelijke wethouder zal geschieden. Artikel 8. Jaarverslag Ondanks dat het college op grond van artikel 7 al regelmatig op de hoogte wordt gehouden van de werkzaamheden van commissie, biedt de commissie het college jaarlijks een verslag aan met daarin een overzicht van de verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt teruggeblikt op het afgelopen jaar en kan ook worden vooruitgeblikt op het komende jaar. Artikel 9 – 11. Slotbepalingen Deze bepalingen regelen de intrekking van de oude verordening, de inwerkingtreding van deze nieuwe verordening en de citeertitel van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel