**1..** Het college weigert een aanvraag voor een subsidie naast het in artikel 4:25 lid 2 Awb genoemde geval als redenen bestaan om aan te nemen dat:
de gelden niet of onvoldoende zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;
de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak als doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;
de activiteit niet binnen de gemeente plaatsvindt of niet aanwijsbaar ten goede komt aan de ingezetenen van de gemeente;
door de andere overheden toegezegde middelen niet daadwerkelijk ter beschikking worden gesteld.
**2..** Het college kan een aanvraag voor subsidie naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk weigeren als redenen bestaan om aan te nemen dat:
aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten al door een of meer bestuursorganen of anderen voldoende subsidie is verstrekt;
de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen voor de gesubsidieerde activiteiten heeft gekregen of kan krijgen;
de activiteiten voor een eenmalige subsidie behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager;
de activiteit niet past binnen het beleid van de gemeente;
de aanvrager, of een aan hem verbonden organisatie, ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden beschikt, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken;
de aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken.