**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale
hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
omgevingsvergunning is vereist in het vlak door de
achtergevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:
in de bebouwde kom éénmaal de afstand tot de
tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
bouwblok;
buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tot de
tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
bouwblok.
**2..** De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de
achtergevelrooilijn ter plaatse van het bouwwerk. Lopen de te
beschouwen achtergevelrooilijnen niet evenwijdig, dan wordt voor
elke 5 meter breedte van de achterzijde van het bouwwerk
uitgegaan van de gemiddelde afstand tussen de
achtergevelrooilijnen. Ontbreekt een tegenoverliggende
achtergevelrooilijn, dan wordt gemeten tot de dichtstbijzijnde
tegenover de achtergevelrooilijn gelegen voorgevelrooilijn.
**3..** In afwijking van het eerste lid mag de maximale hoogte van een
bouwwerk in het vlak door de achtergevelrooilijn niet meer
bedragen dan de maximale hoogte in de aangrenzende 5 meter van
een aanliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.
**4..** Ligt het terrein achter de achtergevelrooilijn lager dan
straatpeil, dan moet de in het eerste lid bedoelde hoogte worden
verminderd met een maat, gelijk aan het verschil tussen het
straatpeil en het peil van het onderhavige terrein ter plaatse
van de achtertoegang bij voltooiing van de bouw.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.21
Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Dalfsen 2009