Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 4

Hoogte van de toeslag

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag WWB

1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gezin: 40 % van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro; voor alleenstaande ouders: 40 % van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro; voor alleenstaanden: 40 % van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro; in afwijking van onderdeel a: voor een gezin met drie rechthebbende gezinsleden 50 % van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro; in afwijking van onderdeel a: voor een gezin met vier of meer rechthebbende gezinsleden 60 % van de voor hen geldende netto bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, waarbij de langdurigheidstoeslag naar boven is afgerond op een hele euro; 2.. Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en: nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. twee of meer gezinsleden overblijven die als gezin recht hebben op langdurigheidstoeslag, wordt voor de toepassing van het eerste lid uitsluitend rekening gehouden met deze rechthebbende gezinsleden. 3.. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.

Rechtspraak bij dit artikel