De duur van de vakantie van de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2, 144 uren per kalenderjaar in de salarisschalen 1 tot en met 9. Vanaf salarisschaal 10 bedraagt de duur van de vakantie 158,4 uur in het geval van een volledige betrekking.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder salaris verstaan het salaris bedoeld in artikel 3:3.