Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3.

Toeslag alleenstaande (ouder)

Onderdeel van Toeslagen- en verlagingenverordening Wet werk en bijstand

1.. De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 Wwb, bedraagt: 20 procent van de gezinsnorm voor de belanghebbende in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 10 procent van de gezinsnorm voor de belanghebbende die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 2.. Voor toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval in het geheel niet worden gedeeld met een inwonend studerend kind dat aanspraak maakt op studiefinanciering of een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten en verzorgingsbehoeftigden zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 Wwb. 3.. In afwijking van lid 1 ontvangt de belanghebbende van 21 jaar geen toeslag. 4.. In afwijking van lid 1 bedraagt de toeslag voor de belanghebbende van 22 jaar 5 procent van de gezinsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel