Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2012

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, toercaravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. kampeerterrein: terrein of plaats geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsten of geplaatst houden van kampeermiddelen; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel of stacaravan gedurende een seizoen of een jaar; losse standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; seizoen 1 januari tot en met 31 december: belastingtijdvak waarin het belastbare feit zich voordoet; vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven waaronder hotels, motels, pensions, bungalows, en appartementen(hotels), jeugdherbergen, vakantieboerderijen en dergelijke ruimten, niet zijnde kampeermiddelen; woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen; particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. 2. Voor vakantieonderkomens, woningen en voor kampeermiddelen op vaste of losse standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3. Bij de forfaitaire berekening wordt voor vakantieonderkomens en woningen per onderkomen of woning: vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste of standplaatsen bepaald op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie betreft; mobiele kampeeronderkomens op losse standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3. 4. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste zes maanden bepaald op 60; meer dan zes maanden bepaald op 100; ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op 365. 5. Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het derde lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel