Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 7.

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand

1.. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt in het geval van algemene bijstand uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm en in het geval van een inkomensvoorziening van de voor die maand geldende grondslag. 2.. In afwijking van lid 1, laatste volzin, wordt voor de weigering, bedoeld in artikel 14b uitgegaan van de voor die maand geldende uitkering ingevolge de inkomensvoorziening. 3.. In afwijking van lid 1 kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand of inkomensvoorziening nog niet is uitbetaald. 4.. Een maatregel wordt voor bepaalde tijd toegepast. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt toegepast, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd, heroverwogen. 5.. Een maatregel bij wijze van weigering kan op grond van artikel 20, lid 1 van de Ioaw en artikel 20, lid 2 van de Ioaz blijvend worden opgelegd. 6.. Ten aanzien van een maatregel in verband met bijzondere bijstand stelt het bestuur beleidsregels vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel