Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Indeling in categorieën van verwijtbare gedragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Sociale Zekerheid 2012, gemeente Oosterhout

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 WWB, artikel 9a WWB, artikel 55 WWB respectievelijk artikel 37 IOAW, artikel 38 IOAW, artikel 37 IOAZ en artikel 38 IOAZ niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Categorie 1: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van deze registratie; het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Categorie 2: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het binnen een periode van drie maanden meerdere malen niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onderdeel b, WWB en artikel 10, lid 1, WWB respectievelijk artikel 36, lid 1, IOAW en artikel 37, lid 1, onderdeel e IOAW en artikel 36, lid 1, IOAZ en artikel 37, lid 1, onderdeel e, IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aan aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de WWB; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onderdeel b, WWB respectievelijk artikel 37, lid 1, onderdeel e, IOAW en artikel 37, lid 1, onderdeel e, IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a, lid 1, WWB respectievelijk artikel 38, lid 1, IOAW en artikel 38, lid 1, IOAZ; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, WWB of artikel 55, WWB, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43, lid 4 en 5, WWB; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onderdeel c, WWB, artikel 37, lid 1, onderdeel f, IOAW of artikel 37, lid 1, onderdeel f, IOAZ. Categorie 3: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onderdeel b, WWB en artikel 10, lid 1, WWB respectievelijk artikel 36, lid 1, IOAW en artikel 37, lid 1, onderdeel e, IOAW en artikel 36, lid 1, IOAZ en artikel 37, lid 1, onderdeel e, IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel