**1..** De normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten wordt vastgesteld op basis van de voor het jaar 2003 geldende normvergoeding.
**2..** De normvergoeding voor loonkosten en de aanvullende kosten voor ID-banen, in de sectoren beheer openbare ruimte, veiligheid en toezicht, welzijn, sociaal cultureel werk en maatschappelijke opvang en dienstverlening, wordt in 2010 en volgende jaren gebaseerd op 80% van de normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten.
**3..** De normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten voor ID-banen in het primair onderwijs wordt in 2010 en volgende jaren gebaseerd op 70% van de normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten.
**4..** De normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten voor ID-banen in de overige sectoren wordt in 2010 en volgende jaren gebaseerd op 50% van de normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten.
**5..** De in het tweede, derde en vierde lid genoemde normvergoeding voor loonkosten bedraagt:
€ 20.409,- inclusief werkgeverslasten voor instroombanen waarbij de
werknemers langer dan 4 jaar werkzaam zijn;
€ 21.702,- inclusief werkgeverslasten voor doorstroombanen waarvoor een werkgever een maximale vergoeding van 130% van het wettelijk minimum loon heeft aangevraagd en deze door het college is toegekend.
**6..** De in het tweede, derde en vierde lid genoemde normvergoeding voor aanvullende kosten bedraagt € 1.566,-.
**7..** De in het tweede, derde en vierde lid genoemde normvergoeding geldt bij een 32-urige werkweek en wordt naar rato verminderd of vermeerderd indien het aantal uren per week afwijkt van 32.
**8..** Indien de werkelijke loonkosten lager zijn dan de in het tweede, derde en vierde lid genoemde normvergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten, wordt uitgegaan van die lagere loonkosten.
**9..** Het college wijst aan tot welke, in de in het tweede of derde lid, genoemde sectoren een werkgever wordt gerekend.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 3.8
Vergoeding voor loonkosten en aanvullende kosten ID-banen
Onderdeel van Verordening werk en bijstand