Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.1

Toeslagen

Onderdeel van Verordening werk en bijstand

1.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, 20 procent van de gezinsnorm. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft, 5 procent van de gezinsnorm. 3.. Voor de toepassing van dit artikel wordt een kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de wet, niet aangemerkt als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 4.. In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de toeslag voor zorgbehoevende en voor de belanghebbende die de zorgbehoevende verzorgt, 20 procent van de gezinsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel