Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 15

Artikel 2.77a

Exploitatievergunning growshop

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012, eerste wijziging

1. Het is verboden een growshop te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Als growshop wordt aangemerkt een bedrijf dat middelen verkoopt of verhuurd waarmee softdrugs kunnen worden geproduceerd en door middel van de presentatie via reclame en/of andere communicatie, de mogelijkheden van de productie van softdrugs uitdrukkelijk vernoemt of aanprijst. 3. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: a. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest; b. de vestiging of de exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan; c. naar het oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het bedrijf; d. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4. 4. De exploitatievergunning vervalt ná de feitelijke beëindiging van de exploitatie. 5. De exploitatievergunning kan worden ingetrokken als blijkt dat de woon- en leefsituatie door het bedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel