Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 4.3a

Wijze van geluidmeten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012, zesde wijziging

1.. Metingen en berekeningen ter controle van de in artikel 4:2 en 4:3 genoemde geluidniveaus vinden plaats overeenkomstig de HRMI-99. 2.. In tegenstelling tot de HRMI-99 worden op het gemeten signaal in dB(A) of dB(C) geen correcties meer toegepast. 3.. In tegenstelling tot de HRMI-99 mogen metingen ook uitgevoerd worden met een, volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type 2 geluidsniveaumeter. 4.. Metingen in de buitenlucht vinden plaats op een hoogte van minimaal 1,5 m en maximaal 2 m boven plaatselijk maaiveld. 5.. In geval het geluidniveau op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw wordt vastgesteld, wordt de gevel op de begane grond ook als gevel van het geluidsgevoelig gebouw gezien, als geluidsgevoelige ruimten slechts op de hoger gelegen etages aanwezig zijn. 6.. Bij het vaststellen van het geluidsniveau van versterkte muziek wordt ook een daarbij aanwezig aandeel van onversterkte muziek meegenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel