Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 12

Artikel 2:78

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012

De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1 (samenscholing), 2:26 (ordeverstoring evenement), 2:31 (ordeverstoring in openbare inrichting), 2:31a (verbod messen), 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:50 (hinderlijk gedrag voor in publiek toegankelijke ruimten), 2:74 (drugshandel op straat), 2:74a (verzameling van personen met drugs), 2:75 (bestuurlijke ophouding) of 3:9 (straatprostitutie) van deze verordening overtreedt een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. . De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Rechtspraak bij dit artikel