1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college, met in achtneming van artikel 20 IOAW respec-tievelijk 20 IOAZ, een maatregel op indien de belanghebbende door eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid is verloren en:
a. aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel
b. de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
2. De hoogte van de maatregel is gelijk aan 100% van de uitkeringsnorm bij verlies van 40 uur arbeid per week. Dit maatregelpercentage wordt evenredig verminderd overeenkomend met het aantal arbeidsuren per week dat in de situatie is verloren.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW/IOAZ Neder Betuwe 2012