Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

De eigen bijdrage en de inning van de eigen bijdrage

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Kaag en Braassem 2012

1. De inburgeringplichtige en vrijwillige inburgeraar is in beginsel een eigen bijdrage verschuldigd, zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet. 2. Inburgeraars die slagen voor het centraal examen of door niet aan hen toe te rekenen omstandigheden niet deelnemen aan of niet slagen voor hun examen, maar zich wel aantoonbaar hebben ingezet, ontvangen van het college een bonus ter hoogte van de eigen bijdrage. Het college verrekent de bonus met de eigen bijdrage. De toewijzing van een beloning geschiedt door het college mede op basis van een schriftelijke beoordeling en advies van de onderwijsinstelling. 3. Indien geen bonus zoals bedoeld in het vorige lid wordt toegekend, dan wordt de eigen bijdrage geïnd in ten hoogste 12 maandelijkse termijnen. 4. Het college legt in voorkomend geval in de beschikking of overeenkomst tot vaststelling van de inburgeringvoorziening de wijze van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand, wordt dat in de beschikking of overeenkomst vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel