Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 1

Voorwaarden beschikbaarstelling bedrijfsauto

Onderdeel van Protocol bedrijfsauto's 2012

1.. De medewerker ondertekent een overeenkomst "verbod op privégebruik van de ter beschikking gestelde (bestel)auto ". 2.. Het bevoegd gezag, het college dan wel diegene die bevoegd is namens het college te handelen, reikt medewerker een persoonsgebonden chauffeursbutton uit; de medewerker zal deze button niet aan derden uitlenen. 3.. Het voertuig wordt alleen voor zakelijke doeleinden gebruikt, waaronder woon-werkverkeer kan worden verstaan uitsluitend indien de medewerker wachtdienst of een andere daarmee vergelijkbare dienst heeft. 4.. De medewerker ontgrendelt de startonderbreker van het voertuig met zijn chauffeursbutton om het fleetmanagementsysteem te starten en daarmee een rittenadministratie bij te houden. 5.. Het voertuig wordt dagelijks na werktijd op de afgesproken plaats geparkeerd. 6.. De voertuigpapieren en voertuigsleutels worden dagelijks bij het eind van de werktijd op de afgesproken plaats ingeleverd en bewaard.

Rechtspraak bij dit artikel