**1..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt ten hoogste20 % van de bijstandsnorm voor een maand die voor een inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt ten hoogste 20 % van de bijstandsnorm voor een maand die voor een inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 40 % van de bijstandsnorm voor een maand die voor een inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 40 % van de bijstandsnorm voor een maand die voor een inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering