In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders;
de wet: de Wet kinderopvang;
kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;
kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;
gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt;
gastouder: de natuurlijke persoon die gastouderopvang biedt;
ouder: een persoon als bedoeld in artikel 1. eerste lid, onderdeel i van de wet;
partner: een persoon als bedoeld in artikel 2 van de wet;
tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang door de gemeente;
tegemoetkomingsjaar: een kalender.