In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de wekelijkse warenmarkt, welke gehouden wordt op zaterdag van 8.30 tot 12.00 uur op een nader door de raad aangewezen of aan te wijzen plaats;
marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de raad voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen;
standplaats: de op en voor de duur van een markt door burgemeester en wethouders toegewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste plaats: een standplaats, welke voor onbepaalde tijd wordt toegewezen;
dagplaats: een standplaats op een vrijgekomen vaste plaats, welke per marktdag wordt toegewezen;
standwerkersplaats: een dagplaats, bestemd voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;
standwerkersplaats: ieder aan wie door burgemeester en wethouders is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten;
marktmeester: een door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen ambtenaar;
commissie: een vaste commissie van advies, die burgemeester en wethouders adviseert in hun besluitvorming m.b.t. marktaangelegenheden.