Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning voor een vaste standplaats intrekken, ingeval:
de standplaatshouder op drie achtereenvolgende marktdagen, of op 5 marktdagen binnen een tijdvak van 12 weken, de hem toegewezen plaats niet heeft bezet, tenzij zulks zijn oorzaak vindt in omstandigheden, welke naar het oordeel van burgemeester en wethouders de betrokkene niet toe te rekenen zijn;
de standplaatshouder het marktgeld niet tijdig voldoet;
de standplaatshouder zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders andere waren of goederen op de vaste standplaats verkoopt, ten verkoop aanbiedt, of aanwezig heeft, dan voor welke hem deze plaats is toegewezen;
de standplaatshouder zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders;
de standplaatshouder de in deze verordening opgenomen bepalingen overtreedt. Het besluit tot intrekken wordt eerst genomen nadat de standplaatshouder in de gelegenheid is gesteld zijn/haar zienswijze kenbaar te maken.