Burgemeester en Wethouders maken een verslag van het overleg.
Het verslag bevat eer overzicht van de besproken onderwerpen,
waarbij per onderwerp wordt aangegeven:
of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a. of b. van
toepassing is;
of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
bereikt;
de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte
zienswijzen en - indien van toepassing - de zienswijzen als
bedoeld in artikel 5, derde lid;
de door de portefeuillehouder Onderwijs in het overleg
toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel.
Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt
hiervan eveneens een weergave opgenomen in het verslag.
Het overleg stelt het verslag vast.
In spoedeisende gevallen kunnen Burgemeester en Wethouders het
verslag ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen een
week na de dag waarop het verslag is toegezonden, maken de
schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg schriftelijk
hun opmerkingen over het concept verslag kenbaar. Het al dan niet
naar aanleiding daarvan gewijzigde concept wordt hierop nogmaals aan
de schoolbesturen toegezonden die vervolgens binnen een week na de
datum waarop dit tweede concept verslag is toegezonden nogmaals hun
opmerkingen kenbaar kunnen maken.
Burgemeester en Wethouders stellen het verslag vast met
inachtneming van de opmerkingen.
Burgemeester en Wethouders brengen het verslag gelijktijdig met het
voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad. Voorzover
Burgemeester en Wethouders afwijken van de tijdens het overleg naar
voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in het voorstel aan de
raad. Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of niet geheel
overnemen van deze zienswijzen.