1 Aan het raadslid dat voor de uitoefening van het raadslidmaatschap
gebruik maakt van eigen computerapparatuur wordt door burgemeester en
wethouders op aanvraag een tegemoetkoming verleend voor hetzij de
aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, hetzij
het gebruik van dergelijke apparatuur.
2 De in lid 1 bedoelde vergoeding bedraagt 17½% van de gebruikelijke
kosten van een computer, bijbehorende apparatuur en software, een en
ander – op advies van de afdeling Informatievoorziening van de sector
Bedrijfsmiddelen en Organisatie – te bepalen door de burgemeester in
overleg met het presidium, gebaseerd op de kosten van door gemeentewege
verstrekte apparatuur en software als bedoel in artikel 8.
3 De in lid 2 bedoelde vergoeding wordt jaarlijks achteraf toegekend en
uitbetaald.
Hoofdstuk II
Artikel 10
Vergoeding computerapparatuur
Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden