Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 6.

Artikel 2.18

Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp voor voetgangers, fietsers.

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV)

1.. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v. prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel