**1..** Dit zijn voorzieningen gericht op het ondersteunen en behouden van de economische zelfredzaamheid;
**2..** De doelgroep voor deze voorziening bestaat uit:
Mensen met een WWB-, Ioaw-, Ioaz-uitkering (WWB´ers);
Inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars (WI´ers);
Jongeren van 18 tot en met 22 jaar zonder startkwalificatie (RMC’ers);
Jongeren van 23 tot 27 jaar zonder startkwalificatie die geen beroep doen op de WBB en niet beschikken over een duurzame positie op de arbeidsmarkt;
Jongeren van 16 en 17 jaar die geen kwalificatieplicht hebben of die dreigen voortijdig de school te verlaten en alsnog een startkwalificatie kunnen behalen door een leerwerktraject; en
Overige inwoners die willen werken en die op het moment van aanvraag niet of niet volledig werken of met werkeloosheid bedreigd worden, waaronder de niet-uitkeringsgerechtigden, ANW-ers en UWV-ers voor wie het voorzieningenpakket van het UWV ontoereikend is.
**3..** Voor inwoners genoemd onder lid 2 geldt dat het gezinsinkomen niet hoger mag zijn dan 110% van het netto bijstandsniveau (op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag voor de voorziening is ingediend).
**4..** In afwijking van het bepaalde onder lid 3 geldt voor jongeren tot 27 jaar zonder startkwalificatie die een taalvoorziening nodig hebben voor inpassing in het regulier onderwijs, dat het huishoudinkomen niet hoger mag zijn dan 200% van het netto bijstandsniveau.
**5..** In afwijking van het bepaalde onder lid 3 geldt de inkomensgrens niet voor de inzet van inburgeringstrajecten voor verplichte inburgeraars.
Hoofdstuk IV
Artikel 8
Individuele voorzieningen voor economische zelfredzaamheid
Onderdeel van Verordening Participatievoorzieningen 2012