Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 3

Uitgangspunten risicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2011

1.. Het verstrekken van leningen en garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak; 2.. Het verstrekken van leningen en garanties kan slechts geschieden nadat de gemeenteraad hierover is gehoord; 3.. Aan het verstrekken van leningen en garanties kunnen nadere voorwaarden worden verbonden; 4.. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent (voorzichtig en verstandig) karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; 5.. Het gebruik van derivaten is alleen in de uiterste noodzaak toegestaan; derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s; 6.. Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van obligaties is onder voorwaarden toegestaan. Uitgangspunt moet zijn een belegging in staatsobligaties of bij instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zoals ministerieel vastgelegd op grond van artikel 2, lid 2, van de Wet fido.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel